#Parool Van dakloze naar boer

De Poolse Andrzej kwam zeven jaar terug vol ambitie naar Amsterdam, maar door drankzucht belandde hij op straat. Nu woont hij in weer in Polen, in een zelfvoorzienende gemeenschap van ex-daklozen. 

10660229_745836165481963_7275103116964318061_n 

In Chudobczyce, een boerengehucht vlakbij de West-Poolse stad Poznan, staan de meeste mensen om vijf uur ’s ochtends naast hun bed. Zeker nu de zon in de loop van de dag genadeloze temperaturen bereikt, proberen boeren het zware werk in de koele ochtenduren voor elkaar te krijgen.

Ook Andrzej Brodowski (47) trekt rond dat tijdstip de voordeur dicht van het betonnen woonblok waar hij samen met nog 69 andere voormalige daklozen uit onder andere Nederland woont. Ze vormen er een zelfvoorzienende gemeenschap, die is opgezet door de stichting Barka (zie kader). Andrzej is hoofd van de uitgebreide moestuin die, samen met een imposante varkensstal, pal achter het woonblok ligt en een aanzienlijk deel van de bewoners van werkgelegenheid voorziet.

Iedere ochtend begint zijn dag daar, met het water geven van de biologisch geteelde tomaten, sla en wortelen, het wieden van onkruid tussen de aardappelplanten, het oogsten en zorgvuldig inpakken van groenten die klaar zijn voor verkoop op de markt in Poznan. Na een uurtje of twee loopt hij rustig terug voor het ontbijt, dat iedere dag gezamenlijk gegeten wordt in de gemeenschappelijke huiskamer van ‘de gemeenschap’. De mannen praten wat en werken in straf tempo sigaretten weg, voordat ze ieder voor zich weer aan het werk gaan. Aan het eind van de dag, in de oogsttijd als de zon al lang onder is, keren ze terug voor wederom een gedeelde avondmaaltijd. Zes dagen per week herhaalt dit ritueel zich. Zondag zijn ze vrij.

Structuur, regelmaat, voorspelbaarheid; allemaal ingrediënten die tot voor kort volledig ontbraken in het leven van Andrzej. Zeven jaar terug stapte hij in zijn toenmalige woonplaats Grudziądz, in het Noorden van Polen, op de bus om zijn heil in Amsterdam te zoeken. Zijn huwelijk was net gestrand, zijn toen twintigjarige dochter woonde bij haar moeder. Ja, hij dronk toen ook wel, maar gewoon ‘zoals Polen dat gewend zijn’. In Amsterdam kreeg de drankzucht een nieuwe betekenis.

10660240_750764018322511_3409461213386853766_n

Want zijn draai vinden in een vreemd land bleek geen sinecure. “De eerste vier jaar ging het nog wel aardig. Ik had her en der klusjes in de bouw, werkte ook op boerderijen en zelfs een tijdje als manusje-van-alles in een rondreizend circus. Maar er waren gewoon te veel mensen voor te weinig werk. Steeds vaker zat ik dagen of zelfs weken thuis niets te doen. Te drinken.”

Alcohol werd het medicijn om teleurstelling weg te spoelen. “Ik voelde me eenzaam, kende bijna niemand, sprak geen Nederlands. De Amsterdammers waren best aardig hoor, maar soms merkte ik wel dat ze bepaalde vooroordelen hebben over Polen, ik kreeg toch het gevoel dat de meeste mensen niet echt op ons zitten te wachten. Door alle stress ging ik steeds meer drinken. Het maakte me niet uit wat; bier, wijn, sterke drank, alles wat ik krijgen kon. Mijn laatste jaar in Amsterdam was ik eigenlijk nooit meer nuchter. Ik leefde toen al een jaar of twee op straat. Slapen deed ik meestal op straat, ergens op de gracht, of in het park. Soms kon ik voor een paar dagen terecht bij kennissen op de bank, om bij te komen.”

In zijn dakloze periode leerde hij een paar medewerkers van Barka Nederland kennen, in de inmiddels gesloten dagopvang De Haven van het Leger des Heils, op het Hekelveld bij de Spuistraat. “Van andere Poolse daklozen had ik gehoord van Barka, dat ze je helpen terug naar huis te gaan. Als je nergens heen kunt, niet naar familie, is het een uitkomst. Fysiek ging het steeds slechter met me, door het constante drinken begon mijn lijf te sputteren, lopen ging lastig, ik voelde me steeds zwakker. Langzaam groeide het besef dat ik het tij alleen kon keren, als ik besloot terug naar Polen te gaan.”

In de eerste plaats krijgt hij ook op zijn nieuwe woonplek te maken met vooroordelen en tegenwerking. De honderdvijftig bewoners van het dorp waar het Barka-huis staat, stonden aanvankelijk niet te springen om de komst van een groep ‘criminelen, dieven en dronkaards’. Ondertussen is het vertrouwen gewonnen en leven dorpelingen goeddeels probleemloos samen met de ex-daklozen. Andrzej is dan ook voorlopig niet van plan te vertrekken. Bewoners mogen in principe net zo lang in de gemeenschap werken als ze willen, zolang ze zich aan de huisregels houden (iedereen die werkt moet een percentage van het inkomen in de kas van de gemeenschap storten en alcohol is strikt verboden).

Andrzej: “Hier heb ik voor het eerst in jaren het gevoel dat ik ergens goed in ben, dat het ertoe doet allemaal. Het contact met mijn dochter herstelt zich langzaam, ze komt af en toe langs en ik zie dat ze blij en trotst is op wat ik hier bereikt heb, dat ik helemaal niet meer drink.”

Laatst was Andrzej even terug in Nederland, in Den Haag ging hij voor het eerst aan de slag als Barka-leider. “Ik maak makkelijk contact met andere daklozen, weet natuurlijk precies hoe het is om op straat leven. Ik herken de teleurstelling die ze in zichzelf voelen, het gevoel dat alles door je vingers glipt.” In het najaar – als het werk in de moestuin voor de winter stilligt – gaat hij weer een paar maanden in Den Haag werken. Of hij ook in Amsterdam wil werken? “Misschien wel, hoewel er veel pijnlijke herinneringen liggen. Misschien helpt het bij de verwerking ervan als ik ze vervang voor positieve.”

Barka Nederland helpt daklozen uit Oost- en Midden-Europa met de terugkeer naar hun thuisland. Het is een dochterorganisatie van de Poolse stichting Barka, dat al sinds 1989 bestaat en sociale en educatieve projecten in Polen zelf draait.Daklozen worden door ervaringsdeskundigen – ‘leaders’ – op straat en opvangcentra benaderd. De terugkeerders krijgen een ticket voor de bus, of een vliegticket als dat goedkoper is. In Polen gaan de daklozen meestal naar familie, maar er zijn ook meer dan vijftien gemeenschappen waar ze samenwonen en werken.Er zijn Barka-afdelingen in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Den Haag, Arnhem en Eindhoven. Sinds 2012 zijn er zo’n 850 daklozen teruggeleid. Door het werk van Barka is de druk op de daklozenopvang sterk verminderd. Voor 2014 krijgt Barka Nederland dik 330 duizend euro subsidie van het Rijk en de deelnemende gemeenten.

De andere foto’s van Mona zijn te zien op haar site.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.