Wachten en kijken als kern van het vak

Samen zitten ze ruim tachtig jaar in het vak. Hoe kijken Jeanine van der Ven (61) en Elien Tap (62) aan het einde van een bewogen jaar terug op hun veelbewogen carrière? “We zijn een onzekere beroepsgroep geworden.”

Zonder enige aarzeling lepelen ze de herinnering op aan de allereerste bevalling waar ze als verloskundige van dienst bij waren, Jeanine van der Ven (61) in Heerlen, Elien Tap (62) in Amsterdam: 30 mei en november 1975. 42 jaar later zitten de twee verloskundigen zusterlijk naast elkaar in de praktijk van Elien Tap in het Gelderse Bemmel, zo’n twintig minuten rijden van de praktijk van Van der Ven in Velp.
Ze kennen elkaar goed: “We werken sinds jaar en dag in dezelfde regio.” Duizenden baby’s hebben ze in die samengevoegde vierentachtig jaar in hun handen gehad, maar routine? Dat nooit! Jeanine van der Ven: “Elke bevalling is anders. De kunst is ook niet om een kind geboren te laten worden. Maar wachten en kijken. Mensen in hun kracht laten staan, coachen, in het moment de juiste beslissing nemen – dát is wat ons vak zo bijzonder maakt. Je bent als vroedvrouw constant aan het schipperen met wat je ziet. Is dit normaal, past het bij deze vrouw, hoe gaat het ondertussen met de baby, is het nog medisch verantwoord? Dat is een creatief proces waarin je continue honderd procent ‘aan’ moet staan. Dan op de automatische piloot overstappen is wel het láátste wat je moet doen. Ook niet, juist niet als ervaren verloskundige.”

Tweede generatie baby’s

Veertig jaar terug was er voor net afgestudeerde verloskundigen geen baan te krijgen, herinnert Van der Ven zich. “Ik ging klinisch werken in Gelderland en later in Noord-Brabant, maar helemaal op mijn plek was ik niet. Toen ik zwanger werd, dacht ik: ik zing het wel even uit op deze werkplek. In die tijd was het óf fulltime werken, óf niet; parttime werken was geen optie. Daarom heb ik na mijn verlof toch ontslag genomen in het ziekenhuis en ben ik als waarnemer gaan werken, had ik toch zeggenschap over mijn werkweek. Ons gezin, ik had ondertussen vier kinderen, vertrok naar Arnhem omdat mijn man daar een baan kreeg. Een verloskundige in de regio zocht waarneming, en zo ben ik blijven hangen. Sinds 2001 heb ik een duo-praktijk in Velp, samen met Josephine van der Heiden.”
Van der Ven is een duizendpoot; naast het werk als verloskundige, deed ze wetenschappelijk onderzoek (ze promoveerde in 2015 over de relatie tussen cervixlengte en vroeggeboorte), is ze echoscopist en heeft ze zitting in het Centraal Tuchtcollege.
Elien Tap is al vier decennia vrijwel honkvast werkzaam in deze regio – ondertussen telt de praktijk vijf verloskundigen. Vanwege haar chronische darmziekte is ze al een tijd aan het afbouwen: de ziekte van Crohn gaat slecht samen met het onregelmatige leven van een verloskundige. Tap: “Ik doe versies in de regio Arnhem-Nijmegen, de niet-cliëntgebonden taken van de praktijk en verder nog wat diensten en spreekuren. Mijn werk voor de klachtencommissie van de KNOV, dat ik tien jaar heb gedaan, heb ik een paar jaar geleden al overgedragen. Ja, het is gek, om richting stoppen te bewegen. Ik zit volop in de tweede generatie, de baby’s van toen, worden nu zelf ouders. Ik blijf ook zeker betrokken, er zijn genoeg plannen. Alleen is de toekomst van de geboortezorg op dit moment zo onzeker, dat het lastig is echt nieuwe dingen op te starten.”

Hele artikel lezen? Dat kan hier!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.