#J/M Mollig mag niet meer

Dit artikel stond in J/M voor ouders

Mollig mag niet meer

De overgewichtgekte heeft het consultatiebureau en schoolartsen in de greep; een kind dat geen maatje-spriet heeft, wordt al snel in het probleemhokje geduwd.

ANNEMIEK VERBEEK

Ze zei het echt: obees. Ik keek naar mijn kleuter, die net met haar in mijn ogen ranke lijfje van de onderzoekstafel van het consultatiebureau was geklauterd. De jeugdarts keek nog eens naar de groene lijn op haar beeldscherm, wees er met haar wijsvinger op en herhaalde wat ze zei: de curve van uw dochter gaat richting ‘obees’. “Maar”, pruttelde ik tegen,”ze is niet eens dikkig, laat staan obéés.” Even dacht ik iets van twijfel in haar ogen te zien. Of ze misschien veel sapjes dronk, wilde ze weten. Nou nee, wij zijn van het soort ouders dat heel braaf water, thee en sterk verdunde diksap serveert. Veel tussendoortjes dan misschien? Te weinig beweging? Ik pakte mijn dochter, die ondertussen met duim in haar mond op schoot zat, om haar middel. Ik voelde ribbetjes.

Zelfbeeld

We hakten eerder met dit bijltje; ook mijn oudste dochter van zes (net als haar zusje met 4400 gram direct na de geboorte al in de +2-curve zat) is uit mijn Hollandse polderklei-dna opgetrokken en heeft een fors postuur. Toen ook al reden voor het consultatiebureau en later de schoolarts, om haar elk half jaar te controleren, ons vermanend toesprekend over wat we onvoldoende gedaan hadden om haar gewicht in te perken. Op een gegeven moment had ik er schoon genoeg van, vooral omdat ik niet aan mijn dochter wilde uitleggen waarom we wéér op controle moesten. Want wat voor boodschap geef ik mijn dochter mee, als ze telkens hoort dat ze te zwaar is? Wat voor impact heeft dat op haar zelfbeeld? Het kostte me twee telefoongesprekken om de dienstdoende jeugdarts te overtuigen dat wij als ouders die verantwoordelijkheid zelf konden dragen.

Overgewicht. Het is, lezen we bijna dagelijks in de kranten, een groot en serieus gezondheidsprobleem. Volgens GGD-cijfers is vijftien procent van de Nederlandse kinderen te zwaar, in grote steden als Rotterdam en Amsterdam loopt dat percentage op tot 25 procent. Nu is mijn oudste dochter molliger dan haar zusje, dus we gingen in haar geval een heel eind ‘mee’, maar als mijn jongste met haar 111 centimeter en nog geen 22 kilo al een potentieel probleemgeval is, over wat voor ‘probleem’ hebben we het dan?
In de jaren na de Tweede Wereldoorlog werd de bovengrens van een gezond gewicht steeds verder naar beneden bijgesteld, schrijven wetenschapsjournalisten Asha ten Broeke en Ronald Veldhuizen in het boek Eet Mij. De grote klapper kwam in 1995, toen de World Health Organization (WHO) in een rapport voorstelde de BMI-grens voor overgewicht te verleggen van 27,5 naar 25. Dit advies werd overgenomen door rijksgezondheidsinstituten over de hele wereld, ook de Nederlandse. Van de ene op de andere dag werden tientallen miljoenen mensen te zwaar. De wetenschappelijke basis voor dit advies was flinterdun, maar dat deerde blijkbaar niet. Je blind staren op BMI is ook nog eens onzin, stellen Ten Broeke en Veldhuizen, omdat dat cijfer je op zichzelf namelijk bijzonder weinig vertelt over de gezondheidstoestand van het individu voor je neus. Uit diverse onderzoeken blijkt dat je daarvoor eerst andere dingen moet weten, bijvoorbeeld wat iemands eet- en beweeggewoontes zijn.

Kritische blik

Dat is ook precies wat jeugdjeugdarts Henrike ter Horst, acht jaar werkzaam op een consultatiebureau in Ede, doet. Ze reageert op mijn verontwaardigde tweet na het bovenstaande bezoekje aan het consultatiebureau. Ik mail haar op verzoek wat foto’s van mijn dochter en bel haar voor een reactie. Ter Horst: “Ik zie een potig, sterk en stevig meisje, met zo te zien een normale vetverdeling, dat absoluut níet dik oogt. Een jeugdarts zou niet star naar de curve op het scherm moeten kijken. Als een kind genetisch forser gebouwd is, maar gezond leeft, hoeft er geen probleem te zijn. Je klinische blik is soms belangrijker dan een lijntje: hoe ziet het kind eruit? Hoe is de bouw van het kind? Hoe is de vetverdeling? Hoeveel spiermassa zie je? Ook dunne kinderen kunnen ongezond leven, je kunt dat niet direct aan de buitenkant aflezen. Maar het is wel onze taak om met ouders te praten over een gezond voedings- en bewegingspatroon. Je kunt het betuttelend vinden, maar ik zie ook ouders die zelf geen enkel probleem zien, terwijl hun kind toch echt veel te zwaar is.”
Was onze jeugdarts dat gesprek aangegaan, dan was er waarschijnlijk weinig reden tot zorg geweest. Wij vinden 200 gram groenten per dag een lachertje, eten vegetarisch, het fruit is niet aan te slepen, snoepen doen ze alleen op feestjes en bij oma en ze balletten, zwemmen, fietsen en steppen zich een slag in de rondte. Toch worden we in het probleemhokje geduwd. Stevig, mollig, fors, ‘potig’; het lijkt allemaal niet meer toegestaan.

Elise Buiting, toenmalig voorzitter van de jeugdartsenvereniging Jeugdgezondheidszorg, luidde drie jaar terug al alarmbellen over de mogelijke gevolgen van de fixatie op overgewicht bij jonge kinderen. In het AD zei ze dat te veel kinderen caloriearme en lightproducten krijgen. “Onder de zes jaar hebben ze gewoon vet nodig. Wij raden bijvoorbeeld volle yoghurt aan. Als kinderen dezelfde lightproducten eten als hun ouders, krijgen ze al snel te weinig vetten binnen.” Volgens de Gezondheidsraad moet twintig tot veertig procent van het kindermenu bestaan uit vetten die nodig zijn voor een goede ontwikkeling van de hersenen.
Ook diëtiste en voedingsdeskundige Natascha Smoltsak maakt zich zorgen over deze ontwikkeling. “Volle zuivel is te prefereren boven magere, omdat die vetten van nature in de
zuivel zitten en vitamine D bevatten. Bovendien ben je sneller verzadigd van volle zuivel en is het gewoon lekkerder. Hetzelfde geldt voor roomboter. En pindakaas bevat wel meer calorieën en verzadigde vetten dan vruchtenhagel – wat het Voedingscentrum als alternatief promoot – maar het zijn óók goede vetten en geen loze suikers zoals in de zoete hageltjes. We moeten ons vooral afvragen: hoe willen we dat onze kinderen zich verhouden tot hun eten? Als iets waar ze van genieten, of als iets waar ze zich constant tegen moeten verzetten? Ik heb liever dat mijn kinderen ‘echt’ eten leren waarderen, in normale porties en in over vaste eetmomenten, dan dat ze zich laten verleiden door die zogenaamd ‘gezonde’ tussendoortjes.”

Ieder zijn eigen lichaamsbouw

De paniekerigheid over overgewicht heeft nog een risico: kinderen die niet maatje-spriet zijn, krijgen constant te horen dat dik zijn slecht is en altijd op de loer ligt, als je even niet oplet. De gepropageerde oplossing – minder eten, meer bewegen – gaat volledig voorbij aan genetische verschillen in lichaamsbouw. Ook de gevolgen van die boodschap zijn onderzocht: kinderen leren al piepjong een afkeer tegen dik-zijn en het zelfbeeld van kinderen die niet aan het ideaalplaatje voldoet, krijgt daardoor genadeloze klappen. Niet alleen kinderen onderling, ook volwassenen dragen daaraan bij. Voorbeelden genoeg. De balletjuf die in de klas van mijn oudste dochter zegt dat ‘ballerina’s niet te dik mogen zijn, omdat hun danspartner ze anders niet kan liften” (alsof ook maar één van die motorisch gestoorde leerlingen het óóit tot het Nationaal Ballet gaat pirouetten), de moeder die haar op een partijtje het kleinste stuk taart geeft omdat “dat voor jou wel genoeg is”, klasgenootjes die zeggen dat ze “wel dik, maar toch heel lief” is.
“Dikkere kinderen lopen een grotere kans om gepest te worden, volgens sommigen is overgewicht zelfs de belangrijkste factor in de kans om gepest te worden”, zegt socioloog en pedagoog Mieke van Stigt, die komend voorjaar haar boek Alles over pesten publiceert. “Dat heeft een dubbele tragiek: op het schoolplein mogen ze niet meespelen, maar ook in het zwembad of in de speeltuin worden ze nagewezen. Juist omdat ze niet mee kunnen spelen en zelfs door sportleraren als lui en ongemotiveerd aan de kant worden gezet, zijn ze veroordeeld tot binnen zitten. Mogelijk zoeken ze troost in eten, zodat ze nog zwaarder worden.”

Deze slankheidscultuur bestaat volgens Van Stigt al ongeveer een eeuw, waarbij slank staat voor zelfbeheersing en succes en overgewicht voor luiheid en onmatigheid. “De bezorgdheid om ongezondheid speelt nauwelijks een rol, immers: we wijzen wel naar een dikkerd die ijs of patat eet, maar niet naar de dunnerd. Die jeugdarts op het consultatiebureau moet zich zorgen maken over kinderen die opgroeien met dagelijks koeken, chips en frisdrank, of ze nu dun of dik zijn.”
“De ‘eigen keuze, eigen verantwoordelijkheid’-mantra die ouders bestraffend over zich heen krijgen, is een aanfluiting”, zegt Van Stigt. “Zou de overheid daadwerkelijk begaan zijn met een gezonde jeugd, dan zouden ze in programma’s als Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG) niet samenwerken met multinationals als Coca Cola en Mars, die ook miljarden besteden aan de marketing van ongezonde troep. Feit is dat gezond eten duurder, maar vooral veel ingewikkelder is dan ongezond eten. Overal, van winkels tot en met het zwembad, liggen snoep en snacks voor het grijpen maar zijn gezonde keuzes nauwelijks te vinden en vooral veel duurder.”

Heupen

Terug naar het consultatiebureau. De jeugdarts wilde een vervolgafspraak maken, om het gewicht van mijn jongste dochter in de gaten te houden. Daar heb ik vriendelijk voor bedankt. Als moeder die al haar hele leven met haar gewicht worstelt, weiger ik mijn dochters op te voeden met het idee dat hun lijf niet oké is zoals het is. Natuurlijk, het blijft zoeken naar een balans tussen sturen en vrijlaten. Op feestjes ben ik gestopt met het ‘nu heb je genoeg chipjes/broodjes/kaas op’-riedeltje. Nog los van het feit dat ik krankjorum en chagrijnig van mezelf werd: wet werkte voor geen meter. Ze gingen stiekem snaaien, of bléven maar vragen om iets lekkers. Dat ene feestje per maand, daar valt of staat het niet mee. Zelf hanteer ik een geen-meuk-beleid tijdens het boodschappen doen. Ik sla genoeg rauwkost, gedroogd fruit en noten in om de meiden tevreden te houden. De zoete tractie die oma hardnekkig op de wekelijkse oppasdag meeneemt; so be it. Klassiek ballet is ondertussen exit. De streetdance-juf heeft tenminste zelf ook heupen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.