Euthanasie bij een dementerende patiënt – zo ziet ‘eruit stappen voor het te laat is’ er in de praktijk uit

Ruim een jaar knokte de dementerende Siep Pietersma (79) om te mogen sterven. Zaterdag 9 november 2013 kreeg hij een dodelijk drankje van een arts van de Levenseindekliniek. Dit is het verslag tot het allerlaatste moment (foto: Mona van den Berg)

In huize Pietersma wordt de voordeur zelden gebruikt. De kinderen en enkele kleinkinderen van Siep Pietersma (79) zijn achterom gelopen om aanwezig te zijn bij het laatste gesprek dat arts Sjef Boesten en verpleegkundige Ans Duteweert met hun vader en opa hebben voordat zij hem zaterdag een dodelijk drankje aanreiken.
Het is woensdagavond 6 november, half acht. De oprijlaan en de stoep in de doorsnee straat in Rheden staan vol auto’s. Het is het donker, binnen zijn de gordijnen dichtgetrokken. De kleine huiskamer zit vol. Gevulde speculaas op tafel, het Senseo-apparaat staat aan, stoelen in een kring om de salontafel. De drie klokken in de ruimte tikken simultaan, hoorbaar op de spaarzame stille momenten.
“Zijn er nog dingen die besproken moeten worden?” vraagt Boesten als hij de euthanasieprocedure stap voor stap heeft uitgelegd. “Alles is gezegd. Er zijn geen geheimen”, zegt Siep met zijn armen over elkaar. Zijn leesbril staat op zijn voorhoofd, een strak gestreken overhemd verraadt de helpende hand van zijn vrouw Toos. “Hij is niet ijdel, maar wel graag mooi”, fluistert ze me toe.
Ze is gek op hem, nog steeds, vertelt ze later in de keuken. Boesten geeft haar een doosje antibraakmiddel om het uitspugen van het bittere drankje zaterdag te voorkomen. Toos legt het in het keukenkastje boven het fornuis en werpt een blik de huiskamer in. “Kijk hem nou zitten, mijn bink. Vannacht was hij voor het eerst aan het dwalen. Hij verdwaalt in zijn hoofd en hij vindt steeds moeilijker de weg terug. Hij pept zich op als er bezoek komt, maar daarna is-ie leeg, op. Kapot. Elke dag gebeuren er nieuwe dingen, gaat het stroever, komt hij slechter uit zijn woorden. Weet je, hij heeft gevraagd of ik wil zingen als het moment daar is. We’ll meet again. Ik geloof dat wel, dat we elkaar weer zien ooit, maar hij niet. Ik weet niet of ik het kan hoor, straks.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *