#blog Een gewoon kindje met een foutje

De tante op kraamvisite was zichtbaar nerveus. Ze keek krampachtig voor zich uit en probeerde de kirrende inhoud van de box naast zich te negeren. Ik zag dat haar vingers trilden. Mijn man pakte onze dochter op, legde haar op schoot van ons bezoek en zei: “Het is een gewoon kindje hoor. Een gewoon kindje met een klein foutje. Kijk maar.” Ze keek. En ontspande. “Je ziet er eigenlijk niets van”, zei ze opgelucht.

Wat bleek: ze was iets te voortvarend op Google gaan zoeken toen ze hoorde dat onze dochter met Pierre Robin sequentie geboren was. En dan kan je inderdaad goed schrikken. Levensbedreigende ademhalingsproblemen, een open gehemelte, baby’s die permanent aan saturatiemeter en zuurstoftank liggen, hummeltjes die de eerste dagen meerdere malen gereanimeerd moeten worden, alleen op hun buik kunnen liggen, sondevoeding nodig hebben…zelf schrok ik ook enorm toen ik andere ervaringsverhalen hoorde en las. Ineens begreep ik ook de paniekerige kinderarts die de dag na de soepele thuisbevalling belde met de vraag waarom we nog niet in het ziekenhuis waren met ons meisje. Al snel was duidelijk dat ons kindje PRS ‘light’ heeft. De eerste dag is ze twee keer wat blauwig aangelopen omdat haar adem stokte, maar een voortvarende kraamverzorgster had de ademhaling binnen een paar seconden weer op gang. Wekenlang lag ze tussen ons in te slapen en werden we bij elk kreuntje of steuntje wakker, maar het bleek keer op keer gewoon babygepruttel. Oké, als ze melk opgaf, kwam dat niet via haar mond, maar via haar neus naar buiten. En we moesten haar wat langer dan normaal rechtop houden na een voeding. Het enige dat voor mij als ervaren borstvoedingsmoeder écht wennen was, was het gedoe met kolf en flesjes.

Debielmakende maand

Ook al was er, zo vonden wij althans, niet zo gek veel aan de hand – het ziekenhuis wilde haar wel direct en wel meteen onderzoeken. Logisch natuurlijk. Dus wij zaten die donderdagochtend – ik nog wat pips van de anderhalve liter bloedverlies tijdens de bevalling de dag ervoor – in de wachtkamer van de kinderpoli van het academische ziekenhuis. Het hele schisisteam was opgetrommeld om ons in rap tempo voor te lichten over wat ons nog te wachten stond. De helft (oké, driekwart) ging totaal langs me heen, ik was vooral druk de impuls onderdrukken om de plastisch chirurg niet over de tafel te trekken omdat hij potverdikke met zijn artsenvingers van mijn fluweelzachte pasgeborene moest afblijven.

Wel werd me na dat eerste bezoek duidelijk dat je met PRS wel even zoet bent. Eerste focus: de eerste twee maanden doorkomen. Zorgen dat ze genoeg aankomt, niet te moe wordt van de voedingen, dat de ademhaling goed verloopt. In die eerste weken (in december, toch al een debielmakende maand voor ouders met jonge kinderen, ik ben diep dankbaar voor de opa’s en oma’s die onze andere twee dochters brachten haalden, vermaakten en vertroetelden) moest ook bekeken worden of er niet een onderliggende oorzaak (lees: een eng syndroom) aan haar afwijking ten grondslag lag. Slaapregistratie, echo’s van nieren, hart en hersenen, hartfilmpje, een oogonderzoek – ons meisje onderging het gelaten en soms luidkeels tegenstribbelend. Keer op keer ging ik er met door post-zwangerschapshormonen aangewakkerde lood in de schoenen heen, keer op keer kon ik gelukkig opgelucht weer naar huis. Niets aan de hand.

Voordeel

Ondertussen zitten we in de kalme periode, in afwachting van focus twee: de operatie om haar gehemelte te sluiten zal ergens deze zomer plaatsvinden. Tot het zo ver is, doen wij even net alsof er niets aan de hand is en genieten wij van onze ‘gewone’ baby die lacht, poept, groeit, eet en slaapt. En het andere kraambezoek? Dat laat ons vooralsnog met een beetje met rust. Er hangen meer dan honderd kaarten aan de muur van mensen die ons veel sterkte wensen die eerste weken, en beloven daarna – als ‘alles weer een beetje rustig is’ – aan te komen waaien. Elk nadeel heeft zijn voordeel. Zelfs bij PRS.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.